Pestprotocol                                                            
 
Inleiding
 
Veel ouders verlangen van de school dat “Het kwaad”(de pester) moet worden bestreden, en dat “het goede” moet worden beschermd. Onze school kiest er echter niet voor kinderen te beoordelen als bijbehorend bij”kwaad of goed”.
Ieder mens maakt wel eens fouten. Kinderen zijn in emotioneel opzicht onder en boven de wet”. De weg van de mens, en de weg van het kind in het bijzonder, gaat met vallen en opstaan. Kinderen hebben het recht daarin te worden opgevoed en te begeleid. Ouders hebben die opvoedingsplicht evenals leerkrachten.
In gesprek met kinderen(en ouders) wordt de voorwaarde gehanteerd dat alles mag, zolang anderen zich goed voelen bij jouw gedrag.
De Anderen zijn:
1. de leerlingen op school;
2. de leerkracht;
3. jouw ouders, die trots op je zullen zijn als ze het hele verhaal horen en niet
    toevallig het belangrijkste even niet;
4. derden, zoals andere ouders en mensen uit de buurt.
 
De school staat niet toe dat een leerling(of een ouder) mag doen en laten
wat het wil als dat ten koste gaat van hem-haarzelf en de Anderen. De grens die de school hanteert zijn de normale fatsoenregels. De basisprincipes ervan zijn vastgelegd in de Nederlandse grondwet.
In de maatschappij, en ook op school is het noodzakelijk dat je leert jezelf en de ander te respecteren.
De school zal daarom kwaadsprekerij tegen gaan(ook van ouders) en daarnaast duidelijk maken dat er geen enkele reden is om een klasgenoot te bedreigen.
 
Hieruit vloeien de volgende afspraken met ouders voort:
A. U spreekt met respect over andermans kind en andermans opvoeding.
B. Als u oplossingen wilt afdwingen die goed zijn voor uw kind en voor uzelf, 
    maar niet goed zijn voor anderen, zoals de klasgenoten, de school, de
    buurt, dan gaat de school niet met u in gesprek.
 
Team Cbs De Vlinder
 
 
Aanpak van het pesten.
 
Ter voorkoming van pestgedrag hebben we in onze school gekozen voor de kanjertraining.
 
Bestaande uit:
 
A - DE PREVENTIEVE AANPAK
B - DE CURATIEVE AANPAK
 
De preventieve aanpak is erop gericht om het pesten te voorkomen door een attitudeverandering bij leerlingen, leerkrachten en ouders.
 
De curatieve aanpak is erop gericht om het pesten te laten stoppen zodra het is geconstateerd
 
 Preventieve aanpak in de klas
 
 
Met behulp van de kanjerlessen doet de school aan preventie
Kernpunten in de aanpak:
 
1. De kanjerafspraken
                         -  we vertrouwen elkaar
                         -  we helpen elkaar
                         -  niemand speelt de baas
                         -  niemand lacht uit
                         -  niemand is of blijft zielig
2. Denk goed over je zelf en de Ander
3. Pieker niet in je uppie, maar deel je zorgen met de Ander, bij voorkeur met 
    je ouders.
4. Denk oplossingsgericht
5. Geef op een nette manier je mening en doe je voordeel met kritiek die je
    krijgt.
6. De school maakt onderscheid tussen onvermogen en onwil
    6a. Is er sprake van onvermogen, dan mag deze leerling erop vertrouwen
          dat hiermee rekening wordt gehouden. Deze leerling heeft veel te leren
          in een moeizaam proces.
          De omgeving heeft daar begrip voor.
    6b. Is er sprake van onwil, dan krijgt deze leerling een grens gesteld, ook als
          dat samengaat met onvermogen. Bij onwil kan geen beroep meer
          worden gedaan op begrip vanuit de omgeving. Die rek is eruit. Het
           kan namelijk niet zo zijn dat de omgeving overal rekening mee moet
           houden, en dat het onwillige kind om wat voor reden dan ook “de
           eigen gang” mag gaan.
7. Hulp in de vorm van een maatje/buddy/tutor
8. Duidelijk schoolbeleid en handhaving ervan.
 
 B - Stappen om ruzies en pesten te stoppen – CURATIEVE AANPAK.
 
1. Er eerst zelf (en samen) uit komen.
    Kinderen hebben vanuit de Kanjertraining handvatten gekregen.
      b.v.  Ho, stop daarmee
               Jij doet stom ik draai me om.
 
2. Op het moment dat een leerling er zelf niet uitkomt, heeft deze het recht
    en de plicht het probleem aan meester of juf voor te leggen.
 
     Bij zichtbaar fysiek geweld(schoppen/slaan), wordt het kind direct op time
     out stoel geplaatst.
     Voor de leerlingen van de groepen 3 t/m 8 staat deze in de gang.
     Kleuters nemen plaats op de time out bank op schoolplein. Bij drie maal
     plaatsing op de time out stoel wordt er contact opgenomen met de
     ouders.
 
3. De meester of juf stelt de volgende vraag: “Is het je bedoeling deze
     jongen/meisje te treiteren/ pijn te doen?”
    
     Verschillende antwoorden zijn mogelijk
 
     antwoord kan zijn:”Nee, het is niet mijn bedoeling”
     Leerkracht:” Fijn, hoe ga je het nu oplossen?”  
 
     antwoord kan zijn:”Ja, het is wel mijn bedoeling om te treiteren, zodat hij
     bang wordt”.
     Leerkracht: “Daar ben je in geslaagd. Maar het kan niet. Ik geef je
     bedenktijd. “Want ik begrijp nu dat jij de bedoeling hebt om deze leerling  
     te treiteren”.
 
    antwoord kan zijn:”Ja, dat is mijn bedoeling”
    Leerkracht: “Je gaat rustig nadenken over je antwoord. Misschien heb je
    een bijzondere reden. Misschien vind je het nodig om stoer te doen op dit
    moment. Na schooltijd kom je even bij me.
----------------------------------------------------------------------------------------
    Na de bedenktijd
    Leerkracht: “Je hebt kunnen nadenken”. “Wat ben je van plan hier op  
    school,  is het nog steeds je bedoeling om deze jongen/meisje dwars te
     zitten?”
    “Is daar misschien een reden voor om dat op deze manier aan te
     pakken?”
     Leerling: “Hij is gewoon stom”
   
     Leerkracht: “Wat voor stoms doet hij dan, kan hij daar iets aan
     veranderen”?
     “Of is het gewoon jouw bedoeling om hem dwars te zitten”?
 
Antwoord a
      Leerling:  “Nee, het is eigenlijk niet mijn bedoeling om te treiteren.”
      Leerkracht: “Gelukkig, wat ga je nu aan jezelf veranderen?”
      “Hoe herstel je het verdriet dat je hebt aangericht”?
 
Antwoord b
     Leerling: “Ja, het is mijn bedoeling, want hij is stom”
     Leerkracht: “Jammer, ik bel nu je ouders op om te vragen of ze hier willen
     komen”.
     Dan herhaal je hetgeen je tegen mij zegt, in aanwezigheid van je ouders.”
     “Het hangt van het gesprek af met je ouders of je de klas nog in kunt
     komen.”
 
4.  De leerkracht neemt contact op met een van de volgende personen:
     Adjunct-directeur(Carla Boer), directeur(Sjaak Donker) die vanuit “de lijn”
     kan ondersteunen en bijstaan.
     
5. Er wordt contact opgenomen met de ouders van het kind. Proberen
    ter plekke telefonisch of door middel van directe afspraak met ouders te
    overleggen hoe nu verder te handelen.
    In contact met de ouders wordt hen verteld wat het probleem is en wat
    de bedoeling van hun kind lijkt te zijn.
    Aan de ouders wordt nadrukkelijk gevraagd of zij de bedoeling van hun
    kind ondersteunen.(Ja of Nee)
    ________________________________________________________________________
 
Zolang de ouders niet op school zijn geweest wordt de leerling de toegang tot de klas ontzegd. Dat kan bijvoorbeeld in een opvangklas, of iets dergelijks.
Kern van deze laatste aanpak is de banden van deze leerling doorsnijden met de klasgenoten, zodat niet kan worden gemanipuleerd door deze leerling.
___________________________________________________________________________
 
    Reactiemogelijkheden van ouders:
 
   “Nee, natuurlijk ondersteunen wij dat niet”
    Er wordt een afspraak gemaakt met de ouders met het doel gezamenlijk
    tot een oplossing te komen, waarin het gedrag van het kind zich niet meer
    voordoet.
 
    “Ja, u moest eens weten wat een idiote moeder die jongen heeft waar
    mijn kind het op heeft gemunt”. “Ik vind het dus goed wat mijn
    zoon/dochter doet”.
    Ouders wordt duidelijk gemaakt dat deze manier van reageren niet op prijs
    wordt gesteld.
 
    Leerkracht: “Laatste keer, ik heb u niet uitgenodigd om te komen spreken
    over een moeder van een de kinderen, ik spreek op dit moment over het
    gedrag van uw kind”.
    “U vindt  het goed dat uw kind een andere leerling het leven zuur maakt?”
 
6.  Mocht de ouder blijven instemmen met het gedrag van hun kind, dan
     zullen de volgende maatregelen worden genomen:
     - Op basis van pedagogische verwaarlozing zal er een melding
        plaatsvinden bij de vertrouwensarts.
     - Kind wordt uit de klas gehaald en contact met klasgenoten wordt
       verbroken.
 
7.    In extreme gevallen kan een leerling geschorst of verwijderd worden.
 
   Adviezen voor de Ouders van onze school
 
Ouders van gepeste kinderen:
  • Houd de communicatie met uw kind open, blijf in gesprek met uw kind.
  • Als pesten niet op school gebeurt, maar op straat, probeert u contact op te nemen met de ouders van de pester(s) om het probleem bespreekbaar te maken.
  • Pesten op school kunt u het beste direct met de leerkracht bespreken.
  • Door positieve stimulering en zgn. schouderklopjes kan het zelfrespect vergroot worden of weer terug komen.
  • Stimuleer uw kind tot het beoefenen van een sport.
  • Steun uw kind in het idee dat er een einde aan het pesten komt.
 
Ouders van pesters:
  • Neem het probleem van uw kind serieus.
  • Raak niet in paniek: elk kind loopt kans pester te worden.
  • Probeer achter de mogelijke oorzaak te komen.
  • Maak uw kind gevoelig voor wat het anderen aandoet.
  • Besteed extra aandacht aan uw kind
  • Stimuleer uw kind tot het beoefenen van een sport.
  • Corrigeer ongewenst gedrag en benoem het goede gedrag van uw kind.
  • Maak uw kind duidelijk dat u achter de beslissing van school staat.
  • Vraag hulp bij het Centrum voor jeugd en gezin.
 
Alle andere ouders:
  • Neem de ouders van het gepeste kind serieus.
  • Stimuleer uw kind om op een goede manier met andere kinderen om te gaan.
  • Corrigeer uw kind bij ongewenst gedrag en benoem goed gedrag.
  • Geef zelf het goede voorbeeld.
  • Leer uw kind voor anderen op te komen.
  • Leer uw kind voor zichzelf op te komen.